Dit is een verkorte versie van het betreffende artikel. Een volledige versie kunt u aanvragen bij crommelin@het-interview.nl
      Sterke markt, sterke overheid
      Overheid legt geen glasvezel
      Rol overheid
      Concurrentie geeft monopolie
      Gebrek aan innovatie
      Breedbandcommissie
      Rijksbrede ICT
      Kenniswijk
      EU-voorzitterschap
Interview met Mark Frequin, directeur generaal DGTP van het ministerie van EZ
Verschenen in Kabel & Breedband nr. 5-2004
Désirée Crommelin
Sterke markt, sterke overheid
De afgelopen maanden gaven diverse marktpartijen hun visie op de rol van ICT in Nederland. Het is meer dan bekend, dat de meningen en voorstellen sterk uiteenlopen en zorgen voor verhitte discussies. Een pleidooi voor verbroedering, gevolgd door een verontwaardigde publieke afwijzing. Gemeenten die voor ondernemer spelen, stille vrijages tussen overheden en marktpartijen, allemaal ingrediënten voor drama en pokerspel tussen de giganten op Nederlands grondgebied. Mark Frequin, directeur-generaal van het Directoraat-generaal Telecommunicatie en Post van het ministerie van Economische Zaken houdt het hoofd koel. De leidraad voor het kabinet is: "Een sterke markt met een sterke overheid".


Overheid legt geen glasvezel
Gaat de overheid de hoofdrol spelen en zelf een glasvezelnetwerk aanleggen? Maakt zij het Deltaplan Glas van KPN tot de kern van haar beleid of laat ze het allemaal over aan de markt? "Nee!, wij gaan zelf geen glasvezelnetwerk aanleggen! En nee, je denkt toch niet dat wij het Deltaplan van KPN klakkeloos overnemen!" Wat de overheid, bij monde van Frequin interessant vindt, is: "Op welke plek en op welk moment hebben we welke snelheden nodig? En welke eisen stellen we vervolgens aan de netwerken, niet alleen in technische zin, ook in termen van organisatie en vrije toegang? Dus wat is een duurzame oplossing voor nu en voor in de toekomst."


Rol overheid
Sinds 1989 speelde de overheid haar rol als terugtredende overheid met verve en hield zich voornamelijk bezig met marktordening voor bedrijven en tussen bedrijven door middel van regelgeving en toezicht houden op de markt. Nu kijkt de overheid anno 2004 door de ‘bril van de consument’ naar diezelfde markt. Deze kanteling in het uitgangspunt van de overheid heeft grote gevolgen voor de markt.
Is het voorheen veel geprezen model van concurrentie tussen èn op infrastructuren wel zo zaligmakend voor de Nederlandse burger en de vaderlandse economie? "Concurrentie is prima, maar het moet wel leiden tot goede kwaliteit van het product en tot bescherming van de consument", licht de directeur-generaal zijn Werkagenda voor 2003-2004, de vier C’s, toe. De C’s staan voor Consument, Continuïteit, Concurrentiekracht en Coördinatie en treffen de kern van de actieve rol in de markt, die de overheid voor zichzelf ziet weggelegd.


Concurrentie geeft monopolie
"De kabelsector heeft gelijk als ze zegt: Wij zien op dit moment niet direct een tekort aan capaciteit, waardoor we nu glas moeten hebben. Dat concurrentie tussen èn op infrastructuur, de groeiende behoefte als vanzelfsprekend regelt, betwijfelt de DG. "Tussen en op? Erop of eronder!" verzucht Frequin lachend. Hij vraagt zich hardop af of deze harde concurrentie met de huidige staat van de netwerken verdere groei niet gaat blokkeren. De vrees dat deze concurrentie tussen de kabel en ADSL van KPN c.s. binnenkort een winnaar oplevert, is volgens hem niet ongegrond. "Concurrentie tussen infrastructuren kan eindigen in een monopolie. Onze bedoeling is het tempo aan te zetten en te versnellen, dus moet de overheid in haar regisserende rol deze kwesties aan de orde durven stellen. Nieuwe monopolies zijn niet in het belang van de consument."


Gebrek aan innovatie
Het huidige kabinet vreest niet alleen het ontstaan van een monopolie. Zij ziet dat de marktpartijen zich nu grote investeringen getroosten; tegelijkertijd en daardoor - minder geneigd zijn tot verdere innovatie van hun netwerken op korte termijn. "Ze hebben de gebruikelijke doorlooptijd nodig om die investeringen terug te verdienen. Dus de bijwerking van investeringen in de netwerken nu, is dat ze over een tot twee jaar stagnatie in innovatie veroorzaken. Marktpartijen zetten zichzelf klem." "Misschien zouden we ons moeten afvragen, zegt Frequin, of het niet beter is dit veelvormige netwerk onder te brengen één netwerkbedrijf." Uitdrukkelijk vermeldt hij erbij, dat dit niet hoeft te betekenen dat de overheid zelf dit netwerk in handen moet hebben. Markt en overheid trekken gezamenlijk op, waarbij de overheid zich richt op het waarborgen van het publieke belang.


Breedbandcommissie
Om de vraag te beantwoorden, ‘Doen we het wel of doen we het niet?’, heeft de overheid de instelling van de Breedbandcommissie aangekondigd met daarin drs. W.J. Deetman, prof. ir. R. Pieper, prof. ing. W. Zegveld en drs. C.G.J. Zuiderwijk. "De commissie krijgt de opdracht uit te zoeken, hoe die ICT-markt in elkaar zit? Wat de achterliggende krachten zijn van de ontwikkelingen of verwachtingen en wat er gebeurt over zeven of acht jaar, als we zo doorgaan?"


Rijksbrede ICT
Hoe verhoudt zich in de nieuwe benadering van door de bril van de consument kijkend, de rol van de overheid als launching customer? Is het de toverformule of een vloek voor de markt? "Dat hangt van het economische klimaat af", luidt het ontnuchterende antwoord. In tijden van hoogconjunctuur is alles aan de markt; in de magere jaren krijgt de overheid het verwijt naar haar hoofd geslingerd veel te weinig te doen. In de onlangs verschenen Rijksbrede ICT-agenda schildert het kabinet Balkenende II zijn eigenbelang van een efficiënt functionerende overheid. Zij streeft ernaar beter te gaan presteren met behulp van ICT en wil dus in hoog tempo innoveren. De schaarste in de rijksmiddelen is misschien wel een ‘blessing in disguise‘. "De drang tot het uitvinden van het wiel, is sterk afgenomen. We staan, ook binnen de overheid open voor andermans oplossingen. Het gaat ons voor alles om snelle en open implementatie."


Kenniswijk
Eerdere initiatieven tot ontwikkeling van breedbanddiensten zoals in Kenniswijk in Eindhoven e.o. blijken tot nu toe een matig succes te zijn. Als reden wordt genoemd de te kleine schaal waarop Kenniswijk wordt gedaan. Die les heeft EZ in ieder geval getrokken uit de resultaten tot nu toe. "Kenniswijk zal binnenkort in een doorstart verbonden worden met andere steden, die bezig zijn met soortgelijke proefprojecten en zich verenigd hebben in de Stedenlink. Daarnaast wordt het model van publiekprivate samenwerking met ‘Nederland Breedbandland‘ nader uitgewerkt om zo gezamenlijk - van de kabel, KPN, Microsoft tot en met Lucent toe, een rol te spelen in de innovatie van Nederland.


EU-voorzitterschap
De ambities van het Kabinet Balkenende II zijn grensoverschrijdend. Zo is minister Brinkhorst voornemens de zes maanden, waarin Nederland voorzitter is van de Europese Unie, te gebruiken om een ICT-agenda te maken voor de Unie. Zijn ministerie heeft Price Waterhouse daarvoor al een opdracht gegeven om een vergelijkende studie uit te voeren over ICT-ontwikkelingen in Europa, Zuidoost Azië en de Verenigde Staten. Daarin zal zeker ook worden meegenomen de eerder door Likkanen geconstateerde discrepantie tussen het grote aantal breedbandhuishoudingen in de Europese Unie en het veel lager liggende percentage van het gebruik van ICT in het Europese productieproces in vergelijking met de Verenigde Staten.