Dit is een verkorte versie van het betreffende
artikel. Een volledige versie kunt u aanvragen
bij crommelin@het-interview.nl
      Verzwaarde bewijsvoering voor OPTA
      Kader Europese regelgeving
      Harmonisering
      Universele dienstverlening in EU
      Marktdefiniëring
      Vastrecht
      OPTA onmisbaar
Interview met Jens Arnbak, Voorzitter van het college van de OPTA
Verschenen in Kabel & Breedband nr. 14-2004
Désirée Crommelin
Verzwaarde bewijsvoering voor OPTA
‘Onafhankelijkheid en onpartijdigheid ’ is en blijft het devies van professor Jens Arnbak, voorzitter van het college van de OPTA. Ook wanneer hij zijn kanttekeningen plaatst bij het gedrag van partijen op deze markt in Nederland. Zo spreekt hij over de schermutselingen aldaar als: "Een rollenspel, een blunder of een teken van een wel zeer korte termijn-geheugen." Tegelijkertijd wijst hij op de verzwaarde bewijsvoering door OPTA in vergelijking met haar collega’s elders in EU, die op verzoek van de Tweede Kamer recent in de wet werd vastgelegd. "Jammer dat bij die herziening van de Nederlandse Telecommunicatiewet, zijn naam ook niet herzien werd tot de Wet op Elektronische communicatie. De gehandhaafde naam Telecommunicatiewet, verwijst nog naar EU-regelgeving van voor 1 juli 2002."
Bij monde van haar voorzitter licht OPTA nu een tipje van de sluier op over de voorbereidende stappen tot harmonisering van de markt voor elektronische communicatie. Het voornemen is om begin volgend jaar voor de diverse markten op verschillende tijdstippen met de resultaten naar buiten te komen.


Kader Europese regelgeving
Waarop is de nieuwe Europese regelgeving gebaseerd?
Het nieuwe kader definieert achttien markten, waarin om de twee jaar markten mogelijk bijgesteld, aangevuld of zelfs afgevoerd kunnen worden, wanneer zij voldoende competitief zijn. De bedoeling is om het succes van de vrije telefoniemarkten binnen de Europese Unie te evenaren. Uit recente gegevens van Eurostat blijkt dat de prijzen voor het gebruik van andere infrastructuren van maatschappelijk belang, zoals spoorwegen, elektriciteit e.a. sinds 1996 fors zijn gestegen; alleen die van telefonie daalden sindsdien binnen de EU tot gemiddeld 75%. Een van de treurige uitkomsten van dit zelfde onderzoek is, dat bij al die sectoren, waar de liberalisering niet zo verliep als bij telecom, de consument - en met hem de politici - nu eist dat liberalisering niet verder mag gaan. Sommige politici vragen zelfs opnieuw om een gereguleerde staatsmonopolie.
Is dat wantrouwen bij consumenten en overheden met hun staatsbedrijven terecht?
Nee, het succes in telefonie komt doordat de riante monopoliewinsten vanwege concurrentie zijn afgeroomd. En daar zijn die staatsbedrijven helemaal niet armer van geworden, want tegelijkertijd wordt er door de lagere prijzen veel meer gebeld. Ons streven is nu om op een aantal nieuwe markten, waaronder breedband, hetzelfde succes te bereiken.


Harmonisering
Gaat het om harmonisering tussen de wetgeving van diverse lidstaten, tussen producten of diensten etc?
Ik kan niet genoeg benadrukken, dat het hier over de consument en de diensten aan hem gaat. Daar staan wij als toezichthouders voor! Het gaat over harmonisering op diverse niveaus en door verschillende betrokkenen op de markten. Zo zal de industrie streven naar standaardisering van software, apparaten etc. ADSL wordt hier volstrekt gedomineerd door Alcatel als modemleverancier; Philips is sterk dominant op de markt van consumentenelektronica en zo kun je wel doorgaan. Al deze spelers proberen hun belangen te beschermen, maar tegelijkertijd willen ze één standaard om niet langer afhankelijk te zijn van de versnippering in nationale standaarden. De Europese Commissie houdt om industriepolitieke redenen dit streven scherp in de gaten. Als nationale toezichthouders staan we hier buiten.
Harmonisering begon eigenlijk al met onze vragen aan de markt op zich. Zij zijn namelijk overal in de gehele EU hetzelfde. Iedere aanbieder moet deze in zijn eigen taal invullen en opsturen naar zijn nationale toezichthouder. De toezichthouders zullen op dezelfde wijze de gegevens analyseren en tot marktafbakening komen. Dus de procedure is gelijk, de economische resultaten niet! Daarna worden de conclusies opgestuurd naar Brussel en naar de collega-toezichthouders ter onderlinge vergelijking en afstemming.
Dit voorkomt nationalistische interpretatie en tintjes of het mogelijke gebruik maken van een U-bocht constructie?
Ja, het moet onverklaarbare industriepolitieke of andere nationale redenen voorkomen. Bij onduidelijkheid kunnen we onderling of de Europese Commissie nader vragen stellen.


Universele dienstverlening in EU
Is er een groot verschil tussen de nieuwe en de oude EU-lidstaten?
Zeker. De prioriteiten van de Nederlandse OPTA zullen na de marktdefiniëring anders liggen dan in Oost-Europa. Mogelijkerwijze komt er in de toekomst wel een bepaling van een minimumpakket van universele diensten voor iedere Europese burger. Het begrip ‘de weduwe van Appelscha’ kennen andere landen in beginsel ook. Er zijn in Oost-Europa velen die nog in aanmerking komen voor universele dienstverlening. Ik vermoed dat mobiel daarom het vaste net daar zal inhalen, of er wordt niet eens een vast telefoonnet voltooid. Dat zou een reuzentegenslag zijn voor breedband, als er geen leverage is voor DSL. Dat kan niet zoals hier; daar is geen geld voor. Zij kiezen daarom voor een andere weg. Er bestaat dus een grote kans dat er geen vast net van de grond komt, want breedband is niet voor iedereen een prioriteit.
Als EU-voorzitter stelt Nederland een ICT-agenda op. Wat moet daarin staan?
In mijn functie als nationale toezichthouder hoor ik niet in het openbaar adviezen te geven aan de minister van EZ, overigens de eerste echte Europeaan op dit ministerie. Als ERG hebben we wel met de uniformering van de werkwijze een enorme handreiking gedaan voor een Europese agenda.


Marktdefiniëring
Hoe bepaalt u wie, wat, waar en op welke markt?
Breedband is een nieuwe markt zonder verleden, ook al hebben de spelers KPN en de kabelbedrijven uiteraard hun eigen verleden. Uitgaande van de vraag naar breedband redeneer je tegenwoordig terug en begin je bij de consument. Er bestaat in Nederland op deze markt een regionale duopolie. Een duopolie van KPN, het ex-staatsbedrijf met een landelijke dekking met een bijna monopolie op smalband, waarop DSL kan worden toegevoegd en van het plaatselijke kabelbedrijf met breedbandkabel via haar upgraded coaxkabel. Beide migreren overigens naar glas, zodat sommigen - met KPN voorop - één enkele glasvezelinfrastructuur bepleiten.
We maken nu een economische analyse in een bepaald gebied aan de hand van het dekkingsgebied van het plaatselijke kabelbedrijf. Als de genoemde partijen er aanwezig zijn, gaan we hun marktmacht uitzoeken. Wanneer nu bij een tariefverhoging van 10% de consument niet kan weglopen naar een gelijkwaardige aanbieder, is er sprake van een dominante marktmacht. Als de consument wel elders terecht kan, is er geen sprake van een dominante marktmacht en hoeven wij niet te reguleren. Te voorspellen is, dat de kabel plaatselijk op de markt van doorgifte van omroep, een dominante marktpositie heeft. Op het gebied van internet is dat minder duidelijk, want KPN is ook overal met DSL.
Wat gebeurt er als Digitenne en KPN een marktpartij worden?
Dat gebeurt voorlopig niet. Digitenne is een nieuwe programma-ensembler. Met een marktaandeel van 4% hebben zij weinig in de melk te brokkelen. Het zou pas wat uitmaken als het samengaan van deze twee partijen er iets toedoet aan hun marktpositie. KPN is geen dominante marktmacht op de omroepmarkt, wil dat overigens wel worden en heeft via de kabel ook toegang tot die markt gevraagd. OPTA kan pas over deze marktontwikkelingen en wensen besluiten als de markten goed gedefinieerd zijn.
Wanneer wordt duidelijk hoe de verschillende markten zijn gedefinieerd?
We zullen ongeveer gelijktijdig met de afbakening van alle achttien markten naar buiten komen. Zo willen we voorkomen dat we de sector verstoren, want er zijn markten die met elkaar verband houden en elkaar overlappen. Doen we dat niet, dan ontstaan allerlei merkwaardige randverschijnselen.


Vastrecht
Is het vastrecht een voorwaarde bij de marktdefiniëring? KPN rekent dat recht al in het abonnement aan zijn klanten. Moet de kabel dat straks ook doen aan zijn abonnees?
U suggereert bij voorbaat een oplossing. Zo gaan we niet te werk. Voor de kabel is het voor het eerst, dat er op Europees niveau gereguleerd wordt. Een kwestie van volwassen worden van deze sector. Haar strategische blunder in Nederland, een dichtbevolkt en -bekabeld land, is dat zij lang geweigerd heeft om een kostenanalyse door OPTA te laten maken. Dat was oh zo verstandig geweest! Dan hadden ze eerder die tariefopbouw kunnen introduceren.
Dezelfde vragen die we hen jaren geleden stelden, verplicht Brussel hen nu te beantwoorden. Kabel is nog steeds een superpolitieke zaak. Zodra het over omroep gaat, wordt het een publieke, culturele en dus politieke aangelegenheid. Hoewel het in de afgelopen jaren over meer dan doorgifte van omroepkanalen ging, ook over internet en telefonie, kon de sector economische regulering vermijden.
De introductie van vastrecht op beide infrastructuren wordt dan bepaald?
Beide infrastructuren hebben veel geld gekost. Een vastrechttarief zal kostengeori‘nteerd moeten zijn. Het zal redelijk en billijk zijn, ongeacht over hoeveel capaciteit het gaat. Het gaat om de markt!


OPTA onmisbaar
Heeft de druk van de media en de politiek rondom het dreigement van de heer Scheepbouwer om uit Nederland te vertrekken met succes invloed op uw beslissingen?
Nee, we namen er kennis van. Ik zie het vooral als een rollenspel. De heer Scheepbouwer is ingehuurd om als voorzitter van de Raad van Bestuur van KPN het bedrijf te continueren en om winst te maken. Hij gebruikt daar uiteraard alle wettige middelen voor. En in deze affaire ‘Gekke Henkie’ kreeg hij zijn zin. Hij bewerkte de leden van de Tweede Kamer zodanig met dat dreigement, dat in het wetsvoorstel vastgelegd is dat de OPTA haar besluiten zwaarder moet onderbouwen dan haar collega’s elders in Europa. So much for harmonisation in Europe...
Versatel beschuldigt OPTA daarentegen dat u te dikke maatjes bent met KPN en een deal heeft gemaakt.
KPN heeft de prijzen die wij hen vorig jaar oplegden en waartegen juist ze zelf zo fel heeft geprotesteerd, nu zonder morren geslikt. Versatel heeft wel een zeer korte termijn geheugen.
Wanneer wordt een toezichthouder als OPTA overbodig?
Jarenlang hebben achtereenvolgens de ministers van V&W en EZ getracht ons een filiaal te maken van de NMa. Minister Brinkhorst heeft als Europees denkend bewindsman aan die Nederlandse neiging een einde gemaakt. OPTA is onafhankelijk omdat zij markten reguleert - Post en Elektronische communicatie - met dominante marktpartijen waarin de Staat der Nederlanden aandelen heeft. Zolang dat zo is, eist de EU dat er onafhankelijk toezicht is, met handhaving van de Europese regels voor de dominante communicatiebedrijven op de Nederlandse markten.