Dit is een verkorte versie van het betreffende artikel. Een volledige versie kunt u aanvragen bij crommelin@het-interview.nl
      Onzichtbaar, nu dan toch bespreekbaar?
      Onderaardse infrastructuur
      Sectorale atlas
      Kabeltunnels
      Gedoogplicht en graafrecht
      VECAI
      Gemeentelijke ondergronds bestemmingsplan
      Groep Graafrechten
Interview met Anne Kamphuis, Kennismanager Centrum Ondergronds Bouwen
Verschenen in Kabel & Breedband nr.7-2003
Désirée Crommelin
Onzichtbaar, nu dan toch bespreekbaar?
Zoveel kabels, zoveel zinnen! Zo kun je, parodiërend op een oud Hollands gezegde over het reilen en zeilen in het onderaardse spreken. Er zijn openbare nutsvoorzieningen zoals gas en elektra, die onontbeerlijk zijn voor de samenleving. En er zijn commerciële maatschappelijke voorzieningen, zoals telecommunicatie of radio en televisie, die heel nuttig, maar maatschappelijk - en daarmee ook politiek - niet onontbeerlijk worden geacht. Daarnaast liggen er kabels van specifieke overheidsdiensten, zoals die van politie of van het ministerie van Defensie. En last but not least: kabels die in private handen zijn zoals de netwerken van grote of internationale concerns als DSM, Unilever, Shell of ABN. Het COB, de Stichting het Centrum Ondergronds Bouwen zoekt met de eigenaren van deze diverse infrastructuren naar een gemeenschappelijk beleid bij het bouwen van ondergrondse infrastructuur. En dat is geen sinecure, want er zijn vele, grote en zeer verschillende belangen in het geding.


Onderaardse infrastructuur
Hoewel het onderaardse niet minder van belang is, is bij de infrastructuur in Nederland het bovengrondse beleid beter geregeld. De politiek hield zich tot voor kort slechts met het zichtbare, het bovengrondse bezig. Maar onder druk van de gebeurtenissen van 11 september in New York ontstond in Nederland het besef hoe kwetsbaar het ondergrondse is. De vanzelfsprekendheid van het beschikbaar zijn van hoogwaardige technologie in ons land vraagt veel van de ondergrondse infrastructuur die zodoende sleets raakt en sneller aan vervanging of modernisering toe is. "Ieder gebouw of huis heeft zijn wortels in de grond. Boven- en ondergrondse infrastructuur zijn twee kanten van een niet te scheiden eenheid".


Sectorale atlas
Tot nu toe weten alleen de eigenaren van de kabels, waar wat ligt. In sommige sectoren zoals van de nutsvoorzieningen riolering of waterleiding, bestaat wel een sectorale atlas. Maar in de marktsector is de plaatsbepaling vanwege het strategische belang bedrijfsgevoelige informatie en wordt daarom angstvallig geheim gehouden. Het COB bepleit nu een uniforme registratie met een strak protocol, zodat slechts onder zeer strenge voorwaarden de gegevens kunnen worden geraadpleegd. Dat is dus iets heel anders dan de nu heersende vrijblijvendheid om bij Klic (Kabels- en Leidingen-Informatie Centrum) je kabels wel, niet of maar een beetje te melden.


Kabeltunnels
Na de goede tijden van ‘ieder zijn eigen kabel’, of ‘ieder zijn eigen mantelbuis’ lijkt dit hoge gehalte van coördinatie, een opstapje te zijn tot ‘samen in de goot’. Nog een stap verder, is met z´n allen door een kabeltunnel. Maar zo ver is het nog niet. Voor de argeloze Nederlandse burger, die op dit moment de sompige grond van zijn Groene Hart of hoofdstedelijke binnenstad doorboord ziet worden, is de voor de hand liggende vraag of daar ook iets voor kabels en leidingen wordt geboord. "Nee, alleen voor de voorzieningen van de betreffende infrastructuur, dus de Betuwelijn en de Noord/Zuid-lijn", licht Kamphuis toe.


Gedoogplicht en graafrecht
Gezien het kapitaal intensieve karakter van telecommunicatie zou de sector een voorstander moeten zijn van deze gemeenschappelijkheid. De sector heeft met de Telecomwet en haar gedoogplicht al een streepje voor op andere infrastructuren. Met de korte afschrijvingstermijn en snellere vervanging van kabels dan bij voorbeeld bij voorzieningen als waterleiding en riolering, zou het een kostenbesparende factor kunnen zijn. Kamphuis voorziet dat vanuit het hogere belang van ruimtelijke kwaliteit, hinder, veiligheid en kwetsbaarheid zal worden gekozen voor de collectieve aanpak. "De wettelijke gedoogplicht/graafrecht leidde een paar jaar geleden tot een zekere wild west-mentaliteit onder de telecombedrijven: ieder voor zich en de grond van ons allen. Het gevolg was ‘straat open, straat dicht, gracht open, gracht dicht’, tot grote irritatie van burgers en middenstand. "


VECAI
Bij monde van Job Wehrmeijer toont VECAI zich redelijk tevreden met de huidige gang van zaken. "In grote gemeenten is goed overleg en ligt de kabel al dikwijls in een gemeenschappelijke sleuf of wordt bij nieuwbouw door één en dezelfde aannemer alles - dat wil zeggen, voor alle diensten en bedrijven - tegelijkertijd gelegd. Kleinere gemeenten lopen op dit punt nog vaak vanwege gebrek aan interne deskundigheid, achter deze ontwikkelingen aan." Het advies van VECAI aan hen luidt, vooral op zoek te gaan naar de ‘best practices’ door eens bij hun grotere buren te kijken.


Gemeentelijke ondergronds bestemmingsplan
"De stoep wordt te smal, de grond te dun, dus is het voor steeds meer gebieden gerechtvaardigd, dat de gemeente een ondergronds bestemmingsplan opstelt, dat aansluit op haar bovengrondse bestemmingsplannen." Wehrmeijer wijst in deze met nadruk op de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente. "Als eigenaar van de grond is het aan de gemeente daartoe het initiatief te nemen. Natuurlijk in nauw overleg met de betrokkenen, inclusief de markt, want op een nieuw wettelijk dictaat zitten we niet te wachten!"


Groep Graafrechten
De grote telecomoperators Enertel, Telecom Utrecht, MCI, Colt, BT, Level 3, Versatel, Global Crossing, EuroFiber, Priority Telecom, Viatel en MFN, verenigd in de Groep Graafrechten, hebben niets tegen het gezamenlijk ondergronds gaan. Haar woordvoerder, mr. Feyo Sickinghe, van LogicaCMG illustreert het dilemma van de groten met de plannen van de gemeente Amsterdam op de Zuidas een kabeltunnel van 500 meter te graven. "Daar zijn we in principe niet tegen. De gemeente Amsterdam moet dan wel op voorhand in alle openheid met ons overleggen, want we willen niet gedwongen worden van die tunnel gebruik te moeten maken. Alleen als het voor ons noodzakelijk is èn als de voorzieningen tegen marktconforme prijzen worden geleverd, doen we mee."